IN DE MEDIA
De Backer: Onze Noordzee mag geen plastic soep worden
do 23 november 2017

Staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (Open Vld) wil minder plastic en afval in onze Noordzee. Daarom heeft hij samen met verschillende wetenschappers een Actieplan Marien Zwerfvuil uitgewerkt dat vandaag werd goedgekeurd op de Ministerraad. Het Plan geeft voor het eerst ooit een goed overzicht van het afval en plastic in onze Noordzee en stelt enkele concrete acties voor om het afval terug te dringen. “Onze Noordzee mag geen plastic soep worden. Dit plan is het startschot om te strijden tegen plastic en afval in onze zee”, aldus De Backer. 

“Als we vandaag niets doen, dan bevindt er zich tegen 2050 meer afval in onze oceanen dan vis” waarschuwde het World Economic Forum onlangs. Maar hoe zit het eigenlijk met onze Noordzee? Dat werd nooit eerder in kaart gebracht. Daarom bracht Staatssecretaris De Backer verschillende wetenschappers rond de tafel.

Niet zo slecht, zo blijkt. Wereldwijd drijven er in de zeeën en oceanen 13.000 stukken plastic per vierkante kilometer. Onze Noordzee is er beter aan toe met gemiddeld 3.875 drijvende items per vierkante kilometer. 95,7% daarvan bestaat uit plastic. Op de bodem van de Noordzee bevinden zich naar schatting 3.125 items zwerfvuil per vierkante kilometer.

De Backer: “Onze Noordzee werd vroeger de riool van Europa genoemd. Maar we zijn afgelopen jaren veel strenger geworden op het lozen bijvoorbeeld van toxische stoffen in onze zee. Met resultaat, het water is veel properder geworden. Maar er sluimert een groeiend probleem: het probleem van de plastic soep. Marien afval en plastic brengt schade toe aan de fauna en flora van onze Noordzee en kan het marien ecosysteem langdurig aantasten. Bovendien kunnen dieren erin stikken of verstrengeld raken. Maar omdat vissen en schelpdieren het opeten komt het ook in de voedselketen terecht. Het is dus tijd om onze Noordzee nog properder te maken.” 

De Backer wil in de eerste plaats gaan samenzitten met heel wat bedrijven om zogenaamde ‘blue deals’ op te stellen om de plastics en de microplastics terug te dringen. Microplastics zijn plastic deeltjes die onder andere ontstaan door het afbrokkelen van grotere stukken plastic. Wanneer plastic in het milieu of in het water terechtkomt, wordt het harder en verkruimelt het.

De Backer: “Microplastics zijn een groeiend probleem en worden vooral toegepast in de cosmeticasector. Daarom wil ik bijvoorbeeld met de cosmeticasector een sectoraal akkoord afsluiten om microplastics uit de cosmetica te verwijderen. Dat akkoord moet ook Europees opgevolgd worden. Daarnaast zal ook het EU Ecolabel, het officiële Europese milieulabel, ondersteund worden in België. Zo moet op de verpakking duidelijk zijn of het product in het toilet mag gegooid worden of niet.”

Daarnaast zal ook de overheid het goeie voorbeeld geven. Er wordt een draaiboek opgesteld om minder (wegwerp)producten te gebruiken bij overheidsinstanties, er wordt een Nationale Werkgroep omtrent Marien Zwerfvuil opgericht, er worden big bags ter beschikking gesteld voor de vissers in het kader van Fishing for Litter om afval op te vissen, is er regelmatig overleg met Vlaanderen en de kustburgemeesters om de problematiek aan te pakken. 

Last but not least roept De Backer iedereen op om bewust om te gaan met de problematiek van afval. Er zullen ook meer opruimacties georganiseerd worden aan de kust. 

De Backer: “Het strand is geen vuilbak, onze Noordzee is geen vuilnisbelt. Onze Noordzee proper houden, dat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Elke dag 10 minuten zwerfvuil ruimen maakt al een wereld van verschil. Elk stukje afval dat vandaag op het land ligt, komt ooit in zee terecht. Daarom moeten we samen vuil gaan oprapen. Alleen door samen te werken met iedereen kan onze Noordzee opnieuw proper worden. Laten we samen de handen uit de mouwen steken.”

LEES HIERONDER HET VOLLEDIGE ACTIEPLAN:

  

Actieplan Marien Zwerfvuil

Voorwoord

 

‘Als we vandaag niets doen, dan bevindt er zich tegen 2050 meer afval in onze oceanen dan vis’

 (Ellen MacArthur Foundation, World Economic Forum Davos, 2016)

Deze waarschuwing van het World Economic Forum deed afgelopen maanden reeds heel wat stof opwaaien. En alhoewel sommigen beweren dat de inschatting niet feitelijk correct is, staat één gegeven wel vast: het is vijf vóór twaalf om de strijd aan te gaan tegen de internationale vervuiling van onze zeeën en oceanen. 

Onze blauwe planeet is namelijk een belangrijke motor van economische bedrijvigheid: maar liefst 75% van de externe handel van de Europese Unie en 37% van de interne handel verloopt via de zee. De zogenaamde ‘blauwe economie’ zorgt vandaag alleen al in ons land voor bijna 40.000 jobs.

De economische en ecologische uitdagingen voor het Noordzeebeleid zijn de komende jaren  dan ook bijzonder groot. Ik zet daarom sterk in op ‘blue growth’ waarbij economische ontwikkelingen op de Belgische Noordzee worden gestimuleerd en uitgebreid, maar dit steeds binnen een duurzaam kader.

Als Staatssecretaris bevoegd voor Noordzee wil ik dan ook het heft in handen nemen om ervoor te zorgen dat we met zijn allen kunnen blijven genieten van die prachtige Noordzee. Dat doen we reeds door alle activiteiten in het Belgische gebied ruimtelijk op elkaar af te stemmen door middel van een Marien Ruimtelijk Plan[1] en door samen te werken aan een gezamenlijke visie tot 2050.

Echter ben ik ervan overtuigd, dat de marien zwerfvuilproblematiek een specifieke aanpak vergt. Het tast niet alleen ons marien ecosysteem langdurig aan, het heeft ook impact op onze voedselketen en onze economische bedrijvigheid.

Willen we echt vermijden dat er zich in onze Noordzee meer afval dan vis bevindt, dan is een gericht beleid noodzakelijk, ook voor het Belgische deel van de Noordzee. Ik denk hierbij aan een totaalaanpak waarbij we niveau-overschrijdend en multidimensionaal te werk gaan. Dit actieplan marien zwerfvuil is een eerste stap in die richting en focust op verschillende aspecten: de aanpak aan de bron, opruiming, monitoring, controle, communicatie en last but not least: samenwerking.

Samen met u wil ik de uitdaging aangaan om dit actieplan maximaal te realiseren. Dit zowel voor de zogenaamde ‘quick wins’ als voor acties die bijkomende middelen of zelfs draagvlak zullen vergen.

Ik richt mij daarom tot slot tot iedere liefhebber van onze kust: neem actief deel aan de verschillende acties en blijf deze boodschap verder verspreiden. Het klinkt cliché, maar voor deze problematiek ben ik zeker van het waarheidsgehalte: enkel samen kunnen we het verschil maken.

 

Philippe DE BACKER

Staatssecretaris voor Noordzee

 

1       Problematiek

Definiëring

Marien zwerfvuil is een groeiend probleem voor alle zeeën en oceanen, en wordt beschouwd als een aanzienlijke bedreiging voor ons leefmilieu. Marien zwerfvuil wordt gedefinieerd als elk vast materiaal dat door de mens werd vervaardigd en direct of indirect, opzettelijk of onopzettelijk terechtkomt in het mariene milieu. Marien zwerfvuil bestaat uit afval dat zowel afkomstig is van activiteiten op zee als op land. Activiteiten op zee die een bron kunnen zijn van marien zwerfvuil zijn onder meer scheepvaart, visserij en aquacultuur... Vooral achtergelaten visnetten vormen hier een probleem. Zwerfvuil van op land kan dan weer via rivieren, riolen of waterzuiveringsinstallaties, of eenvoudigweg door de wind, in het mariene milieu terechtkomen. Een toenemende bron van strandafval vormen ook toeristische activiteiten zoals vuurwerk, festivals, sportwedstrijden, strandbars… en de toeristen zelf die massale hoeveelheden afval achterlaten op het strand.

Ook de Noordzee kampt met de problematiek van marien zwerfvuil. Het overgrote deel van het marien zwerfvuil bestaat uit plastic afval. Uit een studie van het zwerfvuil in alle compartimenten (strand, wateroppervlak en de zeebodem) van het Belgische deel van de Noordzee door de Universiteit Gent in het kader van een Belspo project (Claessens et al, 2012 en 2013), blijkt plastic zelfs 90% van het totale mariene zwerfvuil uit te maken. Plastics zijn polymere synthetische stoffen die bekend zijn om hun duurzaamheid of lange levensduur, wat betekent dat ze ook zeer lang in het milieu blijven. Samen met een continue toevloed van plastic zwerfvuil leidt dit tot een opeenhoping in het mariene milieu die nog voor decennia, zo niet eeuwen aanwezig zal blijven.

Plastic fragmenteert bovendien tot zeer kleine plastic deeltjes, de micro- en nanoplastics. Volgens cijfers van het United Nations Environment Programme (UNEP) drijven (wereldwijd) in elke vierkante kilometer oceaan naar schatting 13.000 stukken plastic, en deze cijfers stijgen alsmaar verder. Een andere recente publicatie geeft aan dat er per jaar wereldwijd tussen de 5 en 12 miljoen ton plastic in de oceanen terechtkomt, en dit elk jaar opnieuw.

Gevolgen

De negatieve gevolgen van marien zwerfvuil zijn talrijk. Mariene fauna raakt in het afval verstrikt of ziet het verkeerdelijk aan als voedsel en eet het op. Via de voedselketen kunnen microplastics in de mariene fauna en ook in het menselijke lichaam terechtkomen. Bovendien brengt het mariene zwerfvuil voor verschillende industrieën een belangrijke economische kost met zich mee. Het berokkent bijvoorbeeld schade aan haveninfrastructuur, energiecentrales en aan materiaal van de visserij. Drijvend plastic bevat bovendien een hele variatie aan organismen, en kan via zeestromingen invasieve soorten introduceren in gebieden waar ze eerder nog niet voorkwamen. Dit zorgt voor een verstoring van de bestaande ecosystemen.

De kosten voor opkuis en herstel lopen hoog op. Ook het toerisme ondervindt negatieve gevolgen, omdat marien zwerfvuil de aantrekkelijkheid van het strand en de zee voor ontspanning, sport en spel kan verminderen.

 

2       Situatie op Belgisch niveau

 

Algemeen

Het Belgische deel van de Noordzee bestrijkt een oppervlakte van 3.454 km² en wordt daarom vaak onze 11de provincie genoemd. Ondanks deze beperkte oppervlakte, is het één van de meest ‘gebruikte’ zeeën ter wereld. Scheepvaart, toerisme, visserij, zandwinning, energieproductie, militaire oefeningen, etc. vinden er allemaal plaats. Deze bedrijvigheid zorgt echter ook voor een grote druk. Verschillende activiteiten kunnen in elkaars vaarwater komen en kunnen ook een effect hebben op het marien milieu.

Om alle activiteiten goed op elkaar af te stemmen, werd in 2014 een Marien Ruimtelijk Plan goedgekeurd. Het Plan brengt onze Noordzee en haar gebruikers in kaart en probeert hun ruimtelijke impact met elkaar te verzoenen. Ons land bekleedt hiermee een internationale pioniersrol, zeker ook gelet op het concrete vergunningsbeleid dat hieraan werd gekoppeld.

Binnen dit vergunningsbeleid wordt reeds actief de impact van bepaalde activiteiten op het marien milieu in beeld gebracht en zo nodig vermeden. Bovendien is de Wetenschappelijke Dienst Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM) verantwoordelijk voor de opvolging van de verschillende wettelijke verplichtingen (en rechten) en hun uitvoeringsbesluiten voor het beheer van het mariene milieu.

 

Marien afval in het Belgische deel van de Noordzee

Om de marien zwerfvuilproblematiek op Belgisch niveau goed te kunnen inschatten, is het belangrijk om binnen dit actieplan de huidige wetenschappelijke gegevens op te lijsten.  De beleidsinformerende nota ‘Overzicht van het onderzoekslandschap en de wetenschappelijke informatie inzake marien zwerfvuil en microplastics in Vlaanderen’ (Devriese, L.; Janssen, C.; 2017) schetst de problematiek van zwerfvuil in de Noordzee en op de Belgische stranden als volgt :

a.Zwerfvuil in de Noordzee

Drijvend zwerfvuil : In 2011 werd het drijvend afval (> 1 mm) in het Belgische deel van de Noordzee geïnventariseerd (Van Cauwenberghe et al., 2013). Deze studie raamde het voorkomen van drijvend afval op gemiddeld 3.875 drijvende items per km², die voor 95.7% uit plastic bestaan.

Zwerfvuil op de zeebodem : De jaarlijkse ILVO-monitoring van de Noordzee heeft aangetoond dat er afhankelijk van de locatie in zee nul tot 20.000 items zwerfvuil (> 22 mm) per km² kunnen aangetroffen worden op de zeebodem (Lauwaert et al., 2016). Naar schatting bevinden zich 3.125 items zwerfvuil per km² op de zeebodem (Van Cauwenberghe et al., 2013).

Uit de tussentijdse beoordeling van de OSPAR commissie blijkt dat plastic het meest voorkomend materiaal is op de zeebodem en dat de hoeveelheid marien zwerfvuil in de noordelijke Noordzee lager is dan in het Engels Kanaal, de zuidelijke Keltische Zee en het oostelijk deel van de Golf van Biskaje (OSPAR D10, 2017).

Een evaluatie van het zwerfvuil opgevist uit zee op enkele referentielocaties nabij de kust in 2010 (Claessens et al., 2013) en 2012-2016 (Lauwaert et al., 2016; Platteau et al., 2016) bevestigt dat in 2010 96% en in 2012-2016 90% van het opgeviste afval uit plastic bestond. Algemeen wordt gesteld dat 60 tot 80% van het zwerfvuil in de Europese zeeën uit plastic bestaat. Plastic wordt algemeen beschouwd als het meest persistent en problematisch, vooral op de zeebodem. Naar schatting zou 94% van het plastic in zee uiteindelijk op de zeebodem belanden (Eunomia, 2016). Het meeste plastic in de Noordzee bestaat uit stukken plastic van verpakkingen of zakken en delen van visnetten.

Al dit macroafval in zee fragmenteert vervolgens tot veel kleinere microplastics. Momenteel is dit proces nog niet goed gekend en is het bijgevolg niet geweten hoeveel tijd precies nodig is om macroplastic te degraderen en fragmenteren tot microplastics (Jahnke et al., 2017). Wel wordt het sediment op de bodem van zeeën en oceanen erkend als accumulatiezone voor microplastics (Van Cauwenberghe et al., 2015).

Een Europees onderzoeksproject MICRO heeft aangetoond dat sediment van het Belgische deel van de Noordzee 54 – 330 microplastics per kg droog sediment kan bevatten (Maes et al., 2017). Een wetenschappelijke studie uit 2011 had eerder al soortgelijke hoeveelheden microplastics gerapporteerd in sedimenten van het Belgische deel van de Noordzee (gemiddeld 97,2 microplastics per kg droog sediment) (Claessens et al., 2011). Sediment uit de haven van Oostende bevatte zelfs tot 3.146 microplastics per kilogram droog sediment (Maes et al., 2017). Deze microplastics bestaan vooral uit kleine synthetische vezels en in de sedimenten net voor de kust en haven worden ook opvallend veel sferische microplastics aangetroffen (Maes et al., 2017).

b.Zwerfvuil op het strand

Uit de tussentijdse beoordeling van de OSPAR commissie (2014-2015) blijkt dat op de stranden van de zuidelijke Noordzee gemiddeld 3.110 items per km aangetroffen worden (OSPAR D10, 2017). Strandobservaties in de periode 2010-2011 toonden aan dat er gemiddelde 64,3 items per meter (en dus 64.290 items per km) werden teruggevonden. Dit stemde overeen met gemiddeld 92,7 g afval per meter (Claessens et al., 2013, Van Cauwenberghe et al., 2013). Ongeveer 95,5% van het strandafval bestond uit plastic, voornamelijk industriële plastic pellets (5 – 92%).

De hoeveelheid strandafval die in de zomer van de stranden geruimd wordt, verschilt sterk van gemeente tot gemeente. In Oostende gaat dit bijvoorbeeld over meer dan 80 ton per maand gedurende de zomer. In de winter vermindert dit tot 5 ton per maand. Andere gemeentes zoals Middelkerke verzamelen ongeveer 20 ton afval per maand tijdens de zomermaanden. Als deze cijfers uitgemiddeld worden per lineaire kilometer strand in concessie, verzamelt Oostende 1-17 ton, De Panne 2-3 ton en Middelkerke 3 ton (Belpaeme, 2003).

In het zand van de Vlaamse stranden kunnen de microplastic-hoeveelheden sterk verschillen van locatie tot locatie. Dit blijkt uit twee wetenschappelijke studies waarbij Claessens et al. (2011) een gemiddelde hoeveelheid van 92,8 microplastics per kg droog sediment rapporteerde, en Van Cauwenberghe et al. (2013) een gemiddelde hoeveelheid van 13 microplastics per kg droog sediment noteerde.

 

Opgevist marien zwerfvuil

Om het marien zwerfvuil te bestrijden, neemt ons land actief deel aan het ‘Fishing for Litter’- project. Het project houdt in dat vissers het afval, dat ze tijdens de vangst tegenkomen, mee terug naar land kunnen nemen. De federale overheid, en meer bepaald de dienst Marien Milieu, stelt daarvoor ‘big bags’ ter beschikking en zorgt ervoor dat deze afvalzakken gemakkelijk aan wal kunnen gebracht worden. Vervolgens kan het afval makkelijk gerecycleerd worden.

De drie doelen van het Fishing for Litter-project zijn:

·         de visserijsector bewust maken van de problematiek van marien zwerfafval;

·         de visserijsector ertoe bewegen zijn afval beter te beheren;

·         het mariene zwerfafval geleidelijk uit visgronden verwijderen zodat de druk op het mariene milieu afneemt

Deelnemende schepen brachten van 2012 tot 2014 in totaal 129 ‘big bags’ zwerfvuil aan land, goed voor of 11.654 kg. De gemiddelde hoeveelheid opgevist afval per deelnemend schip, komt ongeveer overeen het afval dat een visserschip verliest aan slijtage van zijn visnetten (3 tot 40 kg per maand in Europa). ,

 

3       Doelstellingen

 

Omwille van de aanwezigheid van marien afval in het Belgische deel van de Noordzee, heeft de federale overheid beslist om de strijd aan te binden tegen marien zwerfvuil. Dit in eerste fase door middel van een algemeen actieplan.

De prioritaire doelstellingen van dit actieplan zijn de volgende:

 

1.       Bewustmaking & sensibilisering creëren rond de marien zwerfvuilproblematiek bij zowel de zee-liefhebber als – gebruiker;

2.       Een actieve vermindering van de instroom van marien zwerfvuil realiseren in het Belgische deel van de Noordzee,;

3.       Verhoging van de kennis en monitoring rond de marien afvalproblematiek in België;

4.       Inzet op coördinatie en samenwerking van alle reeds bestaande én nieuwe initiatieven;

5.       Verhoging van het aantal opruimacties zowel aan land- als zeezijde.

 

Gelet op deze prioritaire doelstellingen bevat dit actieplan zowel maatregelen voor preventie van marien zwerfvuil aan de bron, als maatregelen voor schoonmaak van de zee. Er wordt bovendien sterk ingezet op samenwerking, waarbij alle betrokken partners, nationaal en internationaal, overheid en industrie, worden uitgenodigd hun verantwoordelijkheid op te nemen. Dit  actieplan draagt ook onmiddellijk bij aan de realisatie van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, en beantwoordt het aan de federale acties voor de ontwikkeling van een circulaire economie.

 

4       Maatregelen & acties

 

De instructies van de “Marine Litter Legislation – a Toolkit for policy makers” opgesteld door de United Nations Environment Programme (UNEP) in 2016 volgend, worden in voorliggend actieplan de maatregelen zo concreet mogelijk geformuleerd.

Ze worden opgedeeld in volgende thema’s:

1.       Coördinatie: oprichting van nationale werkgroep marien zwerfvuil

2.       Aanpak aan de bron

3.       Opruiming

4.       Communicatie & sensibilisering

5.       Monitoring: meten en weten

6.       Toezicht & controle

7.       Samenwerking

De beleidscontext is echter complex, en is afhankelijk van veel andere beleidsdomeinen. In 2018 zal daarom, zoals de toolkit van UNEP suggereert, een tussentijdse evaluatie plaatsvinden van de maatregelen in dit plan. Eveneens zal een analyse gemaakt worden van hiaten voor het actief beheersen van het probleem van marien zwerfvuil. Dit is een nieuw beleidsplan dat voor een goede implementatie de participatie van verschillende stakeholders vraagt. In 2018 richten we ons er op dat elk van hen binnen zijn of haar bevoegdheid de problematiek moet doorgrond hebben alsook adequate maatregelen moet opgesteld hebben in uitvoering van dit plan.

Dit actieplan bevat in totaal 55 acties. Aan de hand van de opvolgingstabel in bijlage, zal de uitvoering van de acties opgevolgd en geëvalueerd worden. Uit deze 55 acties werden 7 prioritaire acties geselecteerd, die de grootste meerwaarde in de strijd tegen marien zwerfvuil kunnen teweegbrengen.

De prioritaire acties zijn:  

Maatregel 1.1: Coördinatie: Oprichting van de nationale werkgroep marien zwerfvuil

Maatregel 2.3.1: Op zee gegenereerd afval: Onderzoek naar de vervanging van synthetische visnetten door alternatieven om spookvissen tegen te gaan.

Maatregel 3.1: Opruiming: Onderzoek naar de mogelijkheden om bij baggerwerken of zandontginning het uitgefilterde of opgeviste afval aan land te brengen

Maatregel 4.5: Communicatie en Sensibilisering: Ondersteuning bieden aan de beroepsopleiding visserij omtrent de problematiek van marien zwerfvuil en samenwerking opzetten met het Zeevissersfonds om marien afval toe te voegen als onderwerp in de Periodieke Scholing Zeevisserij

Maatregel 6.1.6: Toezicht en controle: Evaluatie van de wet Marien Milieu die de nationale reglementering omtrent de bescherming van het mariene milieu bevat

Maatregel 7.2.1: Samenwerking: Afsluiten van ‘Blue deals’ met verschillende sectoren

Maatregel 7.2.3: Samenwerking: Voor alle activiteiten en mariene testen in het Belgische deel van de Noordzee zal in de vergunningsvoorwaarden worden opgenomen dat een afvalbeheersplan moet worden opgesteld

 

4.1          Coördinatie: oprichting nationale werkgroep marien zwerfvuil

 

Marien zwerfvuil bestaat uit afval dat zowel afkomstig is van activiteiten op zee als op land. Zowel federale en gewestelijke overheden als lokale overheden zoals de provincie West-Vlaanderen en de kustgemeentes dienen maatregelen te nemen om deze problematiek aan te pakken. Zowel kennis als een gepast beleid zijn volop in opbouw, van lokaal tot internationaal niveau. Op nationaal niveau is bijgevolg overleg nodig tussen de verschillende instellingen die nu reeds actie ondernemen.

Daarom werd door de dienst Marien Milieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu een nationale werkgroep omtrent marien zwerfafval opgericht met volgend mandaat:

De nationale werkgroep omtrent marien zwerfvuil richt zich op de aanpak van marien zwerfvuil, dat gedefinieerd wordt als elk vast materiaal dat door de mens werd vervaardigd en direct of indirect, opzettelijk of onopzettelijk, terechtkomt in het mariene milieu. Marien zwerfvuil bestaat uit afval dat zowel afkomstig is van activiteiten op zee als op land. Zowel de federale als gewestelijke overheden als de provincie West-Vlaanderen, die tevens de kustgemeentes vertegenwoordigt, maken deel uit van deze werkgroep. Experten en wetenschappers actief in het domein van marien zwerfvuil worden uitgenodigd in functie van de agenda. In deze werkgroep zullen de Belgische inspanningen en activiteiten omtrent marien zwerfafval worden gecoördineerd.

Deze werkgroep heeft als opdracht:

·         Een structurele samenwerking tussen de bevoegde overheden in de aanpak en preventie van het marien zwerfafval garanderen

·         Een integraal beleidskader te ontwikkelen met als doel op systematische manier alle bronnen van zwerfafval in het aquatisch milieu te elimineren

·         De maatregelen en doelstellingen van de verschillende actieplannen omtrent marien zwerfafval maximaal op elkaar afstemmen

·         De coördinatie en, waar mogelijk, gezamenlijke uitvoering van acties omtrent sensibilisering en communicatie

·         Het overzicht bewaren van de vertegenwoordiging van België in verschillende internationale fora omtrent marien zwerfafval en hierover rapporteren

·         Het overzicht bewaren van de verschillende monitorings- en onderzoeksactiviteiten van België en hierover rapporteren

·         Ondersteuning bieden aan in het beleidskader passende initiatieven zoals opruimacties van het strand.

·         Maatregelen in detail onderzoeken en hun realisatie indien mogelijk en gewenst te ondersteunen, zoals het opnemen van de problematiek van zwerfafval in de oceanen in de doorlopende leerlijn in het basis- en secundair onderwijs.

·         Het identificeren van noden voor en het ondersteunen van de oprichting van ad hoc samenwerkingsverbanden voor de uitwerking van acties in samenwerking met externe betrokken partijen

De deelnemers van de werkgroep engageren zich ertoe om de genomen besluiten en actiepunten op te nemen binnen hun eigen werkveld en de opvolging ervan te communiceren naar de leden van de werkgroep. De werking van deze groep zal geëvalueerd worden in functie van de ontwikkeling van zowel de problematiek als het (inter)nationale beleid hieromtrent. Bijkomende concrete doelstellingen kunnen ten alle tijden voortvloeien uit de werking van de werkgroep.

 

4.2          Aanpak aan de bron

 

Marien zwerfvuil is afkomstig van uiteenlopende bronnen, zowel op zee als op het land. Daarom moeten maatregelen om marien zwerfvuil te bestrijden zich richten op verschillende geografische locaties (op land én op zee), en ook op verschillende sectoren en activiteiten die zwerfvuil creëren. De belangrijkste bronnen op zee zijn veroorzaakt door de scheepvaart, de visserij en offshore installaties (Joint Research Center, Technical Report, Identifying sources of marine litter). Belangrijke bronnen op het land zijn het toerisme en instroom van afval via rivieren en via stormwater.

Het project ‘Assessment of Marine Debris on the Belgian Continental shelf: occurrence and effects – AS MADE’ (2009-2011) heeft aan het licht gebracht dat ongeveer 95% van al het afval dat in het Belgische deel van de Noordzee en op de Belgische stranden gevonden wordt, uit plastic bestaat. Uit de OSPAR monitoring van 3 stranden tijdens de periode 2001 – 2016 blijkt dat ongeveer 80% van de voorwerpen uit plastic en andere kunststoffen bestond.  Tijdens beach monitoring in 2010 en 2011 werden volgende plastic items geïdentificeerd als het meest voorkomend op het strand: industriële pellets, kleine plastic fragmenten, monofilament vislijnen en visnetten, flesjes en dopjes, sigarettenpeuken, snoepverpakkingen, plastic zakjes, plastic bestek, rietjes en bekertjes. Daarnaast toont de OSPAR monitoring aan dat ballonnen en de resten daarvan vrijwel steeds te vinden te zijn en in de afgelopen jaren ook plastic zakjes met hondenuitwerpselen.

Er zijn geen of weinig manieren om zwerfvuil uit het marien milieu te verwijderen, marien zwerfvuil zal enkel verdwijnen uit het milieu doordat het afbreekt. De beste manier om dit zwerfvuil in het marien milieu te voorkomen, is het voorkomen aan de bron (principe van de ladder van Lansink). Hiervoor werden voor de federale bevoegdheden drie groepen van maatregelen uitgewerkt, die zich richten op macroplastics, primaire microplastics en op zee gegenereerd afval.  

 

4.2.1       Macroplastics

 

Wanneer plastic in het (mariene) milieu terecht komen, blijven ze daar zeer lang aanwezig. Grote plastic voorwerpen, zoals flesjes of zakjes zijn macroplastics en deze breken af tot kleine fracties die zich overal verspreiden, en die makkelijk door vissen of vogels verkeerdelijk aanzien kunnen worden als voedsel. De impact van deze ingestie hangt sterk af van het organisme en de hoeveelheid plastic die aanwezig blijft in het lichaam, maar varieert van een verminderde voedselopname, tot een vertraagde reproductie of kortere levensduur omdat het organisme minder of minder efficiënt energie omzet. Monitoringsprogramma’s zijn lopende bij kleine en grote fauna en worden ook ingezet als indicator of doelstelling: eén van de streefdoelen in de mariene strategie is om tegen 2020 bij minder dan 10% van de Noordse stormvogels 0,1 gram plastics (of meer) waar te nemen.

Met betrekking tot macroplastics worden volgende acties opgesteld:

4.2.1.1    De federale bevoegdheid m.b.t. productnormen biedt een kader voor het op de markt brengen van producten. De bepalingen die het gebruik ervan in een bepaald gebied beperken behoren tot de regionale bevoegdheid. Een goede afstemming tussen de regeling voor het gebruik en het op de markt brengen, is een doeltreffende werkwijze in de aanpak van de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde producten.

4.2.1.2    Het EU Ecolabel is het officiële Europese milieulabel erkend door alle landen van de Europese Unie en door Noorwegen, Liechtenstein en IJsland. Het vertelt welke producten beter zijn voor het milieu zonder aan kwaliteit in te boeten. Het label werd in 1992 ingevoerd en heeft tot doel de negatieve effecten van productie en verbruik op het milieu, de volksgezondheid, het klimaat en de natuurlijke hulpbronnen te verminderen. Om het EU Ecolabel te bekomen, moeten producenten voldoen aan een hele reeks criteria, onder meer op vlak van verpakking. Voor bepaalde producten moet bovendien op de verpakking vermeld worden dat ze niet in het toilet mogen worden gegooid. Het EU Ecolabel zal verder ondersteund worden door België.

4.2.1.3    Een draaiboek zal ontwikkeld worden om de reductie van het gebruik van eenmalige (wegwerp)producten bij overheidsinstanties te stimuleren.

 

4.2.2       Primaire microplastics

 

Zoals gesteld, richt dit actieplan zich niet alleen tot macroplastics maar ook tot microplastics. Macroplastics zijn de grote plastic voorwerpen die zich in de oceanen bevinden, zoals flesjes of zakjes. Microplastics daarentegen zijn kleine plastic fragmenten van slechts enkele micrometer groot, die in het zeewater ronddrijven en in het sediment accumuleren.

De chemische industrie en de cosmetische industrie gebruiken zeer kleine synthetische partikels als grondstof. Dit zijn de zogenaamde primaire microplastics, kleine plastic deeltjes die intentioneel worden gebruikt als grondstof of aan producten worden toegevoegd. Wanneer ze worden gebruikt als grondstof, spreekt men eerder van ‘plastic pellets’. Microplastics die aan producten worden toegevoegd, wat het geval is voor bijvoorbeeld bepaalde cosmetica producten, tandpasta, detergenten, … noemen we ‘microbeads’.  Via bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater komen ze uiteindelijk in zee terecht. Daarnaast worden ook microplastics gevormd door slijtage van autobanden, slijtage van synthetische kleding (kledingvezels), en dergelijke meer. Deze verschillende soorten samen vormen de primaire microplastics.

België verdedigt al sinds 2013 een beleid om het gebruik van microplastics af te bouwen en neemt sinds 2015 deel aan acties 46[2] en 47[3] omtrent microplastics van het Regionaal actieplan "Marien afval" in het kader van het OSPAR-Verdrag (bedoeld om het mariene milieu in de noordoostelijke Atlantische Oceaan te beschermen). In dit kader heeft de FOD Volksgezondheid (DG Leefmilieu) in 2015 reeds een zelftest opgesteld voor bedrijven, om hen te helpen voorkomen dat er primaire microplastics in het milieu terechtkomen. De volgende sectoren/producten komen in aanmerking: de productie van plastic korrels en het gebruik daarvan om plastic voorwerpen te vervaardigen, de productie van cosmeticaproducten, smeermiddelen, pigmentdragers, waterverzachters, thermoplastische kleefstoffen en industrieel zandstralen.

Met betrekking tot microplastics worden volgende acties opgesteld:

4.2.2.1    Microplastics worden toegepast in cosmetica en in mindere mate in detergenten. Voor sommige toepassingen zijn alternatieven beschikbaar. De Europese cosmetica sector engageert zich nu reeds voor een vrijwillige uitdoving van bepaalde types microplastics. Opvolging van dit initiatief in België is noodzakelijk.

4.2.2.2    Bovenstaande vrijwillige uitdoving dekt echter niet alle vormen van microplastics. Met de Belgische cosmeticasector zal een sectoraal akkoord worden afgesloten om microplastics uit cosmetica te verwijderen. Dit akkoord zal er eveneens voor zorgen dat de stand van zaken van de kennis over het onderwerp wordt opgevolgd, met als doel bepalingen toe te voegen om de aanwezigheid van microplastics in andere producten te verminderen. Een systeem voor opvolging en toezicht op dit sectoraal akkoord zal worden uitgewerkt.

4.2.2.3    België zal blijven aandringen bij de bevoegde Europese instanties om het verbod op het gebruik van primaire microplastics in cosmetica en detergenten internationaal in te voeren.

4.2.2.4    In 2015 werd in opdracht van de federale overheid een zelftest[4] ontwikkeld voor bedrijven die de emissies van microplastics als grondstof in kaart willen brengen en vervolgens willen verminderen. Dit instrument zal verder worden gepromoot als een hulpmiddel voor bedrijven die de strijd met primaire microplastics willen aangaan.

4.2.2.5    Aandringen bij de gewesten om het voorkomen van lekkage van microplastics als grondstof te verplichten bij bedrijven, onder meer aan de hand van:

o   Opvanginfrastructuur ter voorkomen van lekkage tijdens stormen

o   Downstream opvangsysteem die voorkomt dat lekkages in het milieu terechtkomen

o   Transport van pellets in gesloten en verzegelde containers tijdens alle stages van transport en opslag

o   Opvanginfrastructuur ter voorkomen van lekkages tijdens laden en lossen

o   Ter beschikking stellen van een systeem voor snelle opruimingen van lekken

o   Wettelijk kader voor het vrijwillige Zero Pellet Loss project, een vrijwillig initiatief met als doel de emissies of het ‘verlies’ van plastic pellets, die als grondstof worden gebruikt in de chemische industrie, drastisch te verminderen.

 

4.2.3       Op zee gegenereerd afval

 

Afval afkomstig van onder andere de visserij en de scheepvaart vraagt onze bijzondere aandacht in dit actieplan. Visnetten raken verstikt aan vaste structuren in zee en gaan verloren. Kapotte visnetten worden soms zelfs overboord gegooid. Fauna in zee raakt verstrikt in deze achtergelaten visnetten, een fenomeen dat spookvissen wordt genoemd. Bij intacte visnetten is er ook nog het probleem van spekking (zie verder). Daarnaast wordt scheepsafval op zee gedumpt, zowel legaal als illegaal. Door hun impact op het mariene milieu, zal dit ook aangepakt worden in dit actieplan.

4.2.3.1    Dumping en verlies van visnetten moet voorkomen worden om spookvissen tegen te gaan. De mogelijkheden zullen worden onderzocht voor de vervanging van synthetische visnetten door alternatieven vervaardigd uit natuurlijke of in zeewater degradeerbare materialen, de recyclage van visnetten, het invoeren van statiegeld op visnetten of het taggen van visnetten. De invoering van de gevonden oplossingen zal worden gestimuleerd. Dit is een maatregel ter uitvoering van de Belgische Mariene Strategie[5] in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie voor het behalen van goede ecologische toestand van de zee  (29B). Deze maatregel zal worden uitgevoerd in 2018.

4.2.3.2    Vislood wordt gebruikt in de recreatieve visserij, en komt bij verlies op de zeebodem terecht. Lood is schadelijk voor de gezondheid en het milieu, en accumuleert in de voedselketen. Het zoeken naar en invoeren van alternatieven voor vislood zal worden gestimuleerd. Dit is een maatregel ter uitvoering van de Belgische Mariene Strategie in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie voor het behalen van goede ecologische toestand van de zee (29 D). Deze maatregel zal tegen 2021 uitgevoerd zijn.

4.2.3.3    Spekking is het losse touwwerk op de kuil van het boomkornet dat het net beschermt tegen slijtage door het slepen op de zeebodem. Dit touwwerk slijt of wordt na gebruik in zee geworpen, ze bestaan voornamelijk uit polyethyleen en zijn een belangrijke bron van plastic vervuiling in de Noordzee. Via het SPEKVIS (BE) en PLUIS (NL) project werd reeds gezocht naar alternatieven voor het polyethyleen spekking. Deze zoektocht zal worden verder gezet. Een volgende stap kan er vervolgens in bestaan het netontwerp aan te passen zodat er minder slijtage is, of minder spekking gebruikt wordt. Dit is een maatregel ter uitvoering van de Belgische Mariene Strategie in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie voor het behalen van goede ecologische toestand van de zee.(29C).

4.2.3.4    Ondersteuning bieden aan het afvalbeleid van zeehavens omtrent havenontvangstinstallaties waar schepen hun afval afgeven. Deze EU-richtlijn werd verschillend geïmplementeerd in de EU-lidstaten, wat voor de scheepvaart een belemmering is om de reglementering correct uit te voeren. In het kader van OSPAR wordt nu getracht deze voor de Europese regio te harmoniseren.

4.2.3.5    Een lozingsverbod op zee nastreven voor paraffine onder de MARPOL-wetgeving[6].  Paraffine is een bestanddeel van ruwe olie, welke vervoerd wordt als bulkstof door tankers. Vervuiling door paraffine is vergelijkbaar met schade door minerale olie: voornamelijk zeevogels worden er het slachtoffer van, en sterven door uitputting en onderkoeling door het onvermogen om te drijven. Bovendien spoelt gestolde paraffine aan op stranden en dit geeft hoge kosten voor opruiming. Sinds 2004 is paraffine opgenomen in de IMO lijst van milieugevaarlijke stoffen, maar er geldt geen algemeen lozingsverbod op (Ecomare, 2015). Paraffineresten mogen in kleine hoeveelheden geloosd worden buiten de 12 mijlszone.

 

4.3          Opruiming

 

Ondanks preventieve acties zal het nog steeds nodig zijn om gerichte acties te ondernemen om het reeds aanwezige afval te verwijderen. Het betreft hier zowel zwerfvuil dat zich in zee bevindt, drijvend aan het oppervlak of neergedaald op de bodem, als het opruimen van zwerfvuil op het strand en waterlopen, zowel afkomstig van het land als aangespoeld uit de zee.

De federale overheid neemt op het vlak van actieve opruiming volgende acties:

4.3.1          Het DG Leefmilieu start in 2017 met een onderzoek naar de mogelijkheden om bij baggerwerken of zandontginning het uitgefilterde of opgeviste afval aan land te brengen.

4.3.2          Fishing for Litter: Dit initiatief werd al in 2007 ingevoerd in België en wordt blijvend mogelijk gemaakt en ondersteund. Fishing For Litter (FFL) is onderdeel van het OSPAR Regional Action Plan for Marine Litter. FFL heeft als doel de verwijdering van afval uit het marien milieu en het bewustmaken van de visserij. Deelnemende visserijschepen worden voorzien van bigbags om afval dat opgevist werd tijdens visserijactiviteit te stockeren op het dek. Bij het aan wal gaan kunnen deze bigbags gratis afgeleverd worden in de daarvoor aangewezen faciliteiten. De mogelijkheden voor recyclage van het opgeviste afval zullen verder worden onderzocht in samenwerking met de bevoegde instanties.

4.3.3          Vanaf 2017 zullen we ernaar streven Fishing For Litter uit te breiden naar andere organisaties zoals duikclubs, baggeraars, windmolenparken en recreatieve scheepvaart. De mogelijkheden van deze uitbreiding moeten worden onderzocht en gestimuleerd. De recreatieve scheepvaart lijkt op het eerste zicht een groot potentieel te bieden, omdat deze personen een lange verblijftijd hebben op zee en omdat ongeveer 100 vaartuigen de nodige uitrusting hebben om afval op te vissen. In tegenstelling tot de professionele visserij meren zij aan in jachthavens die een specifiek afvalreglement hebben.

4.3.4          Met de middelen van het milieucompensatiefonds van de windmolenparken op zee zal in 2018 een wrak op de zeebodem ontdaan worden van alle marien zwerfvuil waaronder visnetten en vislood. Scheepswrakken vormen een artificieel rif dat bepaald marien leven ten goede komt maar het zijn ook vaste structuren waar veel marien zwerfvuil zoals visnetten aan vast blijven haken. Op deze wijze vormen ze hierdoor nog jarenlang een bedreiging voor marien leven. Een systematische opkuis zal worden georganiseerd van het wrak West-Hinder, dat erkend is als beschermd erfgoed. Nadien zal worden onderzocht hoe de toestand van dit wrak op vlak van marien zwerfvuil verder kan worden opgevolgd en beschermd.

4.3.5          Aanmoedigen en ondersteunen van lokale overheden, organisaties en ngo’s bij de organisatie van opruimactiviteiten op het strand.

4.3.6          Ondersteuning bieden aan een betere samenwerking met havens en waterwegbeheerders inzake het structureel opruimen van marien zwerfvuil.

 

4.4          Communicatie en sensibilisering

 

De aanpak van marien zwerfvuil heeft een breed draagvlak nodig en dus is bewustwording en kennis van deze problematiek in het hele land meer dan nodig. Gezien elke bevoegdheidsniveau ook actief communiceert over zijn beleid is het belangrijk ook de acties van andere bevoegdheidsniveau mee te vermelden, ter versterking van de inhoudelijke boodschap.

Het federale plan voorziet daartoe volgende acties:

4.4.1          De Federale Truck gebruiken om, voor verschillende jaren tijdens de zomerperiode een informatiecampagne te voeren over (onder andere) marien zwerfvuil. Deze campagne werd voor het eerst getest in 2016 en zal vanaf 2017 jaarlijks herhaald worden.

4.4.2          Communiceren over elke maatregel die ondernomen wordt in dit actieplan. Daarenboven zal men actief op zoek gaan naar aanverwante onderwerpen die we kunnen gebruiken om de problematiek omtrent marien zwerfvuil onder de aandacht te brengen, zoals de mogelijke impact van marien zwerfvuil en microplastics op de menselijke gezondheid of op de stranding van zeezoogdieren.

4.4.3          Op continue basis ondersteuning bieden aan talrijke waardevolle initiatieven ondernomen door lokale overheden, verenigingen, ngo’s en andere organisaties alsook het uitdenken, inventariseren en opzetten van nieuwe mogelijke initiatieven.

4.4.4          Ondersteuning bieden aan  algemene milieueducatie rond marien zwerfvuil, die georganiseerd wordt door de Provincie West-Vlaanderen, de regionale en de lokale overheden (zoals het reeds bestaande Planeet Zee educatie pakket over zwerfvuil van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) – het Instituut voor Landbouw- en visserijonderzoek (ILVO))- en die bestemd zijn voor scholen over het hele land.

4.4.5          De beroepsopleiding visserij ondersteunen omtrent de problematiek van marien zwerfvuil. Eerdere bevragingen hadden aangetoond dat er ruimte is voor 3u opleiding omtrent de problematiek van marien afval in de tweede graad, 20u in de derde graad en 20u in het zevende jaar opleiding visserij. Dienst Marien Milieu, VLIZ en ILVO hebben in 2016 reeds input geven voor deze lesuren. De onderwerpen zijn : algemene kennis van marien afval, impact van de visserij op marien afval, impact van marien afval op de visserij. De leerkrachten van de visserijschool vullen het lessenpakket verder in. Het programma zal worden uitgevoerd vanaf 2017 en zal blijvend worden opgevolgd.  Tevens zal in 2017 en 2018 in samenwerking met het Zeevissersfonds bekeken worden of marien afval kan worden toegevoegd als onderwerp in de Periodieke Scholing Zeevisserij.

 

4.5          Monitoring: meten en weten

 

Hoe accurater de problematiek omtrent marien zwerfafval kan gedefinieerd worden, hoe groter de mogelijkheid om gerichte en passende maatregelen te nemen. Niet alleen is er een meer sluitende monitoring nodig om de omvang en het ontstaan van marien zwerfvuil te kunnen aantonen, er is eveneens een gebrek aan kennis aangaande de impact van dit zwerfvuil en zeker van (micro- en nano-[7]) plastics op ecosystemen, op de gezondheid van mens, dier en leefmilieu en op de veiligheid van de voedselketen.

De acties die hiertoe zullen worden opgesteld kunnen worden onderverdeeld in twee luiken: ‘monitoring’ en ‘wetenschappelijk onderzoek’.

 

4.5.1       Monitoring

 

4.5.1.1    Heel wat monitoring wordt reeds systematisch uitgevoerd:

o   Monitoring door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) in het kader van OSPAR en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRMS)  van strandafval alsook een analyse of bepaalde indicatoren binnen deze monitoring kunnen gelinkt worden aan specifieke bronnen van marien zwerfvuil. OSPAR is houder van een online database hieromtrent.  

o   Monitoring door het KBIN van macroplastics in de magen van gestrande zeezoogdieren

o   Monitoring van Seafloor litter (AS-MADE project)

4.5.1.2    Voor de monitoring van microplastics schrijft het KBIN in 2017 een pilootproject uit. Nadien zal bekeken worden om deze monitoring systematisch in te voeren.

4.5.1.3    Federale informatie omtrent marien zwerfvuil zal worden toegevoegd aan de ‘integrated database’ van het VLIZ.

4.5.1.4    Eventuele gaps in de huidige monitoringsprogramma’s zullen worden geïdentificeerd  en systematisch worden weggewerkt.

 

4.5.2       Wetenschappelijk onderzoek

 

4.5.2.1    Opvolgen en/of initiëren van onderzoek inzake de aanwezigheid van microplastics in voedingswaren, naar het voorbeeld van het onderzoek naar de aanwezigheid van microplastics in commercieel zeezout uitgevoerd in 2016 door ILVO in opdracht van het DG Leefmilieu.

4.5.2.2    Opvolgen en/of initiëren van onderzoek inzake de risico’s van micro- en nanoplastics voor het marien ecosysteem of voor de gezondheid van mens en dier. Dit betreft niet alleen de risico’s van de stoffen op zich, maar ook hun gedrag en wording in het leefmilieu (met vrijgave van additieven of metabolieten) en hun mogelijkheid om virussen, bacteriën of gevaarlijke substanties te binden.

4.5.2.3    Marien zwerfvuil wordt veroorzaakt door en heeft een impact op vele sectoren. De contouren van dit probleem worden nog maar net afgetekend en geeft soms verrassend nieuwe elementen van informatie aan. Zo wordt bijvoorbeeld pas sinds 2016, de landbouw aangeduid als een potentieel belangrijke bron van microplastics door het gebruik van druppel-kunstmeststoffen (controlled-release fertilisers, GESAMP, 2016). Daarom is het noodzakelijk om lopende onderzoek op te volgen en waar mogelijk aan te dringen bij bevoegde instellingen voor gefundeerd onderzoek binnen hun bevoegdheidsdomein.

 

4.6          Toezicht en Controle

 

Regelgeving, engagementen en afspraken op vlak van de preventie en opruiming van marien zwerfvuil, zorgen ervoor dat het ook nodig is een systeem voor toezicht en controle op de naleving van deze afspraken op te richten. Verschillende federale partners houden toezicht op zee op de naleving van de regelgeving omtrent marien zwerfvuil. Regionale partners organiseren dergelijk toezicht op het land.

De acties die binnen dit kader worden opgesteld, kunnen worden onderverdeeld in volgende thema’s:

1.       Controles op zee en in de havens

2.       Gerichte acties en oefeningen

3.       Vervolging

 

4.6.1       Controles op zee en in de havens

 

4.6.1.1    Een samenwerkingsakkoord tussen de dienst Marien Milieu en de Marine (Defensie) werd in 2014 reeds uitgewerkt. In het kader van deze samenwerking worden gezamenlijke patrouilles op zee uitgevoerd.

4.6.1.2    Een vergelijkbaar samenwerkingsakkoord werd in 2016 afgesloten tussen de dienst Marien Milieu en de Scheepvaartpolitie, voor het uitvoeren van gerichte controles aan boord van schepen. Op deze manier wordt nagegaan of de scheepsbemanningen de reglementering zowel administratief als technisch naleven. In eerste instantie wordt gekeken of het scheepsafval goed beheerd wordt en of het afval niet in zee gestort wordt. De controles bieden ook de mogelijkheid om de scheepsbemanning te sensibiliseren over de milieudoelstellingen van de reglementering en hen goede praktijkvoorbeelden aan te reiken.

4.6.1.3    De controles op zee op vlak van inbreuken tegen de wetgeving rond marien zwerfvuil zullen gradueel worden opgevoerd. Hierbij wordt vooral ingezet op informatieverschaffing en sensibilisatie. In geval van betrapping op heterdaad, zal worden overgegaan tot gerechtelijke vervolging of tot het heffen van administratieve geldboetes.

4.6.1.4    In het kader van de Kustwachtstructuur wordt er reeds samengewerkt tussen verschillende partners met bevoegdheid op zee voor het uitvoeren van de controles op zee en in de havens. Er wordt permanent onderzocht of deze samenwerkingen kunnen geïntensifieerd worden en of nieuwe samenwerkingen met nieuwe partners kunnen worden uitgewerkt.

4.6.1.5    De mogelijkheden voor samenwerking met verschillende diensten die controles uitvoeren op schepen in de havens onderzoeken, bijvoorbeeld op vlak van informatie-uitwisseling en opleiding.

4.6.1.6    De wet Marien Milieu bevat de nationale reglementering omtrent de bescherming van het mariene milieu. De problematiek van afval is hierin opgenomen. Deze wetgeving zal in 2018 worden geëvalueerd en er zal worden onderzocht of de opgenomen regelgeving, normen en vergunningen overeenstemmen met de huidige realiteit en of een controle van de naleving ervan voldoende haalbaar is. Daarbij zal worden onderzocht welke tools en afspraken nodig zijn om de controles efficiënt en transparant te laten verlopen. Op basis van het resultaat van deze evaluatie zal worden onderzocht of de wetgeving kan worden aangepast.

4.6.2       Gerichte acties en oefeningen

 

4.6.2.1    Gerichte acties en oefeningen ter voorkoming van mariene verontreiniging worden eveneens georganiseerd. Alle bevoegde diensten worden aangemoedigd hieraan deel te nemen. Op die manier kunnen rampscenario’s waarbij een reële of dreigende milieuschade denkbaar is, op voorhand geoefend worden. Het laat toe instructies voor te bereiden en te geven die in geval van een ramp kunnen worden gevolgd om milieuschade te voorkomen of te beperken. Verschillende types oefeningen worden georganiseerd : in of nabij windmolenparken op zee, met of zonder internationale coördinatie, …  

 

4.6.3       Vervolging

 

Vastgestelde inbreuken op de wetgeving betreffende marien zwerfvuil kunnen leiden tot gerechtelijke vervolging, gevangenisstraffen en (administratieve) geldboetes.

4.6.3.1    Om de vervolging van inbreuken tegen MARPOL te verbeteren, werd reeds een draaiboek opgesteld in samenwerking tussen de verschillende federale administraties die bevoegd zijn voor de voorkoming van verontreiniging door schepen. Het gebruik van dit draaiboek zal verder worden ondersteund. Het draaiboek zal 2 keer per jaar worden geëvalueerd en indien nodig verbeterd, op basis van de ervaringen op het terrein.

 

4.7          Samenwerking  

 

Zoals reeds gesteld, is de aanpak van de marien zwerfvuilproblematiek een complex gegeven en verspreid over verschillende bevoegdheidsdomeinen. Bijkomende samenwerking op verschillende niveaus is daarom van cruciaal belang waardoor we hier een apart hoofdstuk aan wensen te wijden. Het actieplan streeft er daarom toe om zowel de samenwerking tussen overheidsdiensten, met de industrie, en op internationaal, Europees en regionaal niveau te versterken.

 

 

4.7.1       Samenwerking tussen overheidsdiensten

 

4.7.1.1    Een belangrijke vorm van samenwerking in het kader van de strijd tegen het marien zwerfvuil is de oprichting van de nationale werkgroep Marien Zwerfvuil, zoals beschreven in hoofdstuk 4.1 van dit actieplan. Deze werkgroep is in 2016 opgericht en komt op regelmatige basis samen.

4.7.1.2    Een tweede belangrijke vorm van samenwerking is deze tussen de dienst Marien Milieu en de dienst Productbeleid, beide federale overheidsdiensten die behoren tot het DG Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de voedselketten, maar die onder de bevoegdheid van verschillende ministers vallen. De samenwerking tussen deze twee diensten resulteert in verschillende van de maatregelen ter aanpak aan de bron, en in het sectoraal akkoord “microplastics” zoals beschreven in hoofdstuk 4.2 van dit actieplan.

4.7.1.3    Een derde belangrijke vorm van samenwerking is deze tussen federale overheidsdiensten bevoegd op vlak van toezicht en controle, die opereren binnen de Kustwachtstructuur. De Kustwacht staat in voor de coördinatie en het overleg tussen de administraties bevoegd voor de Noordzee. Dergelijke coördinatie en overleg is van groot belang in het toezicht en controle van de wetgeving omtrent marien zwerfvuil.

 

4.7.2       Samenwerking met de industrie

 

4.7.2.1    Er zullen ‘Blue deals’ worden afgesloten met verschillende sectoren. Via deze ‘blue deals’ zullen bedrijven specifiek per sector worden aangemoedigd vrijwillige inspanningen te leveren om marien zwerfvuil te bestrijden. Sectoren die hiervoor in aanmerking komen zijn windmolenparken, baggerwerken, zandontginning, visserij, aquacultuur, enzovoort.

4.7.2.2    Vrijwillige initiatieven en vrijblijvende tools zoals de zelftest voor bedrijven ter voorkoming van emissies van plastic pellets, en het initiatief Zero Pellet Loss, zullen in afwachting van een wettelijk kader, verder worden ondersteund en gepromoot. Vrijwillige samenwerkingsverbanden zoals die van de Antwerpse havengemeenschap, waar producenten, logistieke bedrijven en transporteurs in de Antwerpse haven afspraken hebben gemaakt om plastic korrels in het milieu te vermijden, zullen worden aangemoedigd.

4.7.2.3    Het engagement aangegaan met de Belgische cosmeticasector met als doel het gebruik van microplastics in een bepaald aantal producten te laten uitdoven, is een reële vooruitgang. Aan de hand van een sectoraal akkoord, zoals beschreven in 4.2.2.2, zal dit engagement worden geformaliseerd.   

4.7.2.4    Voor alle activiteiten en mariene testen in het Belgische deel van de Noordzee zal in de vergunningsvoorwaarden worden opgenomen dat een afvalbeheersplan moet worden opgesteld, om ervoor te zorgen dat afval voortkomend uit de activiteit niet in zee terecht komt of achterblijft. 

4.7.2.5    De Provincie West-Vlaanderen zal ondersteund worden in het afsluiten van groene overeenkomsten voor afvalarme evenementen op het strand en afvalarme strandbars.

 

4.7.3       Internationale samenwerking

 

Marien zwerfvuil staat ook internationaal hoog op de politieke agenda. België zal blijvend investeren in een internationale samenwerking om de problematiek van marien zwerfvuil aan te pakken. Dit zowel op Europees, regionaal als mondiaal niveau.

Europees Niveau

4.7.3.1    De Europese Commissie heeft in het Actieplan Circular Economy aangekondigd een “Plastic Strategy” op te stellen tegen eind 2017. In deze strategie zal het probleem van marien zwerfvuil expliciet behandeld worden. België zal deze strategie volgen.

4.7.3.2    De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRMS) werd op 11 december 2007 goedgekeurd door de Europese Raad en het Europees Parlement.  Deze strategie schept het kader voor lidstaten om tegen 2020 een ‘good environmental status’  voor de mariene wateren te bereiken. Zwerfafval wordt in deze kaderrichtlijn als prioritair beschouwd. Binnen het kader van de KRMS werd een technische werkgroep marien zwerfvuil opgericht, waaraan België zijn deelname verderzet.

4.7.3.3    België zal verder aandringen bij de bevoegde Europese instanties om het verbod op het gebruik van primaire microplastics internationaal in te voeren.

  1. België zal de ontwikkelingen binnen Europa met het oog op het toevoegen van doelstellingen inzake de zuivering van microplastics in het afvalwater aan de Europese Kaderrichtlijn Water, nauw opvolgen. Deze richtlijn is sinds 22 december 2000 van kracht en tekent een uniform waterbeleid uit in de hele Europese Unie. Eén van de doelstellingen van de kaderrichtlijn Water is de watervoorraden en de waterkwaliteit in Europa veilig te stellen.

 

Regionaal Niveau

4.7.3.5    België is lid van de OSPAR-commissie en neemt in het jaar 2017 en 2018 het ondervoorzitterschap van OSPAR waar. Via deelname aan de Intersessional Corrsepondence Group Marine Litter (ICG ML) en het Regional Action Plan Marine Litter (RAP ML), zal België de activiteiten van OSPAR op vlak van marien zwerfvuil blijven ondersteunen. België verwelkomt de OSPAR ICG ML voor een vergadering over het RAP ML in November 2017.

4.7.3.6    België zal in december 2017 op de plenaire vergadering van de Schelde- en Maasverdragen de relevante punten van dit actieplan agenderen.

 

Mondiaal Niveau

  1. België zal zijn steun aan het VN-milieuprogramma onverwijld verderzetten. Het VN-Milieuprogramma (Engels: United Nations Environment Programme, UNEP) is een organisatie van de Verenigde Naties (VN) die de milieuactiviteiten van de VN coördineert. UNEP stimuleert en assisteert ontwikkelingslanden bij het implementeren van milieuvriendelijk beleid via duurzame ontwikkeling en heeft een belangrijke rol in de ontwikkeling van internationale milieuverdragen en -afspraken op regionaal en wereldwijd niveau.
  2. België neemt deel aan de UNEP Global Marine Litter Campaign ‘Clean Seas’ die begin 2017 gelanceerd werd en 5 jaar zal duren.   

 

 

************************

 

« La mer, le grand unificateur, est le seul espoir de l’homme.

Maintenant, comme jamais auparavant, la vieille phrase a un sens littéral: nous sommes tous dans le même bateau. »

 

Jacques Yves Cousteau

 

************************

[1] Koninklijk Besluit van 20 maart 2014 tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan

 

[2] Action 46. Evaluate all products and processes that include primary micro plastics and act, if appropriate, to reduce their impact on the marine environment

[3] Action 47.  Engage with all appropriate sectors (manufacturing, retail etc.) to explore the possibility on a voluntary agreement to phase out the use of microplastics as a component in personal care and cosmetic products. Should a voluntary agreement prove not to be sufficient, prepare a proposal for OSPAR to call on the EU to introduce appropriate measures to achieve a 100% phasing out of microplastics in personal care and cosmetic products.

[5] Programma van maatregelen voor de Belgische mariene wateren, Kaderrichtlijn Mariene Strategie Art. 13, https://www.health.belgium.be/nl/programma-maatregelen-krms-2015

[6] Het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (International Convention for the Prevention of Pollution From Ships, MARPOL) is een verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) om vervuiling door schepen te voorkomen. Het trad in werking in 1983.

[7] Microplastics hebben een grootte van 0.1 tot 5000 micrometer (µm), ofwel 5 millimeter. Nanoplastics hebben een grootte van 0.001 tot 0.1 micrometer.